Hotel Martini Blues, Blindedarmonstekingsverslag deel 8 (slot) — De laatste loodjes

Donderdag ziek geworden, zaterdag de blindedarmoperatie, daarna 5 dagen anti biotica in Hotel Martini. Het was dinsdag, dan zal het nu wel woensdag zijn. Niet dus. Het is dinsdagavond.

Voor de vorige 7 delen: Scroll wat naar beneden.

Dinsdagavond, nieuwe vrienden
Ik ontving mijn bezoek meestal in de algemene bezoekersruimte. Leuker, meer ruimte en voor de kleine dametjes wat meer te doen dan op mijn ziekenzaal, waar ik sowieso al de hele dag lag.
Dinsdagavond was het Turkije-Nederland. Om de baard van de profeet of om Piet Keizers baard, al naar gelang je Turk of Nederlander bent. Zo’n veredelde oefenpot zou ik thuis niet kijken, maar in Hotel Martini was het -bezoekuur net voorbij- wel een aangename verpozing.

En zo zat ik om acht uur met twee nieuwe voetbalvrienden (85 en 76 jaar oud) Turkije-Nederland te kijken. Een boertje (85) oet Annen die voor het eerst in het ziekenhuis lag en bij wie een geslaagde aanval op de gevreesde ziekte was gedaan. Hij mocht over een paar dagen weer naar huis, alle ellende was weg en hij was “schoon”. Hij antwoordde op alles wat we zeiden standaard “HUH?” en dan reageerde hij alsnog.
“Ja, mien dochter zegt dat ook altijd, dat ik het wel hoor maar uit gewoonte eerst altiet “HUH?” roep” lachte hij toen de buurman van 76 zei “je hoort ons wel he?”.

De buurman van 76 had een constante vrolijke blik in zijn ogen, een optimistische vrolijke aardige toffe fijne leuke gast. Ondanks dat hem het nodige onheil boven het hoofd hing. Hij had ook de gevreesde ziekte, hij zou maandag horen of het slechte zaak was of dat het mee viel. De kans op slechte zaak leek groter, maar desondanks bleef hij vrolijk en optimistisch.
Dat ik dat knap vond.
“Overlevingsinstinct van de mens, jongen. En dan nog, als ik niet heel lang meer heb dan ben ik dat laatste jaar of mijn laatste maanden liever vrolijk, niet dan? Je doet er toch niks aan, het is zoals het is”.
Ik ben niet christelijk, maar ik heb wel aan de Heere gevraagd om deze man maandag te sparen. Zulke kostgangers houden we graag op aarde.

Anyway, Nederland won met 0-2, maar dat was wel het minst ter zake doende.
Een prachtige voetbalavond, dat was het. En dat kwam niet door het voetbal. Dertien in een dozijn potje. Maar wel door mijn beide voetbalvrienden.

Woensdag & donderdag
In het ziekenhuis beleef je verder niet zoveel meer als al het nieuwe er eenmaal af is. Behalve dan dat je veel mensen ontmoet en soms best heftige verhalen hoort. Al moet je je daar dan wel voor openstellen en dat deed ik dus. Normaal trek ik me nogal graag terug als ik me tussen onbekenden bevind, maar in de atmosfeer van Hotel Martini kwam mijn goede kant te voorschijn, die van sociale jongen en praatjesmaker annex luisterend oor.

De Dominee
Maandag op dinsdagnacht werd ik wakker van het gezaag van een nieuwe buurman.
Hij bleek voorganger te zijn (dominee is een titel die je pas na jaren studie krijgt, maar ik noem hem dominee, al noemde ik hem in het ziekenhuis gewoon buurman).
Wie mij een beetje kent weet ik dat ik nogal a-christelijk ben. Zo ben ik opgevoed. Met de gedachte dat het christendom meer kapot maakt dan je lief is met al zijn regeltjes bedoelt om het volk onder de duim te houden. Die vorm van geloof, het deel waarmee de machthebbers waar ook ter wereld het volk in hun ijzeren greep houden- veracht ik.

Maar het pure geloof waarin goedheid voorop staat, waaruit mensen troost halen als hun geliefden er niet meer zijn, waarin je voor elkaar klaar staat, (kortom wat ik mijn geweten noem), dat vind ik wel mooi & goed. En ook zo ben ik opgevoed, mijn moeder (die dus verantwoordelijk was voor dat deel van mijn opvoeding. Mijn vader geloofde ook niet, maar die heeft ons vooral de kunst van het vloeken geleerd. Ik hoor hem nog met zijn dronken reet en kwade dronk “Godglimmendegloeiendegodgodverde etc. door het oude huis galmen) vertelde mij als ze het over het goede van het geloof had over haar oma, een oud besje van dik in de 90, die al het goede van het geloof belichaamde. Niet veroordeelde maar vooral liefhad en begrip toonde.
Tot zover mijn opvatting over het geloof.

De buurman annex dominee was trouwens op een andere manier wel weer een geloofsgenoot, ook hij geloofde in die Griekse God die ik vol overgave vereer, AJAX.
Maar waar ik normaal uren over voetbal kan zitten ouwehoeren heb ik het met de buurman niet of nauwelijks over voetbal gehad.

Wel over geloven. Over wat dat voor mij is en wat dat voor hem is. Want zo vaak heb ik geen streng christelijke buurmannen een paar meter bij me vandaan liggen.
En zo kwam het gesprek ook op de homofiele medemens. Een heikel punt. Mijn ontspannen buurman begon nerveus aan het tafeltje naast zijn bed te pulken. In zijn geloof waren Homo’s pure evil.
“Als god liefde is, waarom dan mensen die zo geboren zijn veroordelen. Dat kan Hij toch nooit zo bedoelt hebben?”

Maar zo staat het wel in de bjibel, aldus de Dominee.

“Maar die heeft God niet geschreven, maar zijn grondpersoneel. En net zoals we nog steeds bang zijn voor alles wat afwijkt van de norm, was men dat 2000 jaar geleden (of wanneer de bijbel ook maar geschreven is) ook. En dus waren homo’s eng en een gruwel. (Ja, het kan ook dat de voorvaderen van Gordon & Joling in die tijd ook een duo vormden natuurlijk, dat zou misschien het één en ander verklaren qua homohaat in die tijd). Maar nu zijn we dik 2000 jaar verder en valt het mijns inziens niet echt te rijmen met het woord van God om homo’s dwars te zitten.

De buurman bleek niet overtuigd, kwam zelfs met de vergelijking met (actieve) pedo’s.

Dat ik het een schandaal vond om die vergelijking te horen, zeker als die uit de mond van iemand die liefde & begrip predikt, ik geloof dat het zowaar enige indruk maakte. Ik ben zelf niet bekeerd, maar ik heb wel de illusie dat de nogal in de leer zijnde buurman iets van mijn betoog over homo’s mee naar huis & kerk heeft genomen.
Maar goed, over heel veel andere dingen waren we het wel eens. Alleen noemen we het beide anders. En wat ook wel geinig was, in het ziekenhuis was ik zijn lichtend voorbeeld. Hij (had het zelfde euvel qua blindedarm) kon aan mij zien hoe zijn herstel zou gaan.
Als zijn vrouw zei dat hij toch vooral rustig aan moest doen dan was zijn antwoord steevast “maar de buurman loopt ook alweer rond/doet ook alweer dit of dat”.

De Heer had mij naast een dominee gelegd om diens lijden te verzachten door mij te gebruiken om hem te vertellen dat hij zich niet teveel zorgen moest maken. Waarom ik als dank een stevig snurkende buurman kreeg? Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. 🙂
Echter! Thank god for oordopjes!

Donderdag
Weer naar huis. Misschien tussen 10 & 11 al, maar dat bleek niet het geval, de kuur moest tot de laatste drup afgemaakt worden, dus was ik -nu precies twee weken gelden- donderdagmiddag 15.10 weer thuis. Een stortbui van oudtestamentische omvang als welkom en toen kwamen mijn dochters uit school. Simpel geluk, ik weer thuis, die twee blije gezichten, GROOT GELUK!

Nu, twee weken later, gaat het nog steeds goed qua herstel. Qua pijn is het inmiddels met een minimale dosis paracetamol goed te doen, al doet het soms wat meer pijn en sonms wat minder, qua energie merk ik nog steeds wel dat ik geen 100% ben, elke avond rond zevenen een inkakmoment, maar ook dat gaat verder wel vrij redelijk tot goed. Kan vrijwel alles, maar ben daarna soms vermoeid. Maar goed, dat zeiden in Hotel Martini ook al. Rustig opbouwen, doen wat je kan, merk je vanzelf waar de grens ligt.

Zeven dag allerlei chemicaliën en drugs in je sodemieter…
Ik droomde in mijn eerste nacht terug in eigen bed dat ik een bergwandeling maakte.
Ik liep wat rond en zag opeens een gigantische alpenweide. En daar stond een koe zo groot als de grootste dinosaurus ooit. Een behoorlijke fucked up koe, want het kolossale beest kwam op me af denderen, woeste blik, hoorns vooruit! Ik lopen zo hard ik kon.
Er was een ravijn waar ik recht op af liep, ik maakte snel een bochtje, de dinokoe denderde rechtdoor en stortte zo de oceaan in. 
En nee, ik heb zelf ook geen idee waar mijn onderbewustzijn dit vandaan haalt. Wat ik wel weet is dat ik totaal bezweet wakker werd. Maar dat terzijde. Ik was weer thuis. En dat was het belangrijkste!


Deze acht delen Hotel Martini draag ik op aan alle mensen die mij in Hotel Martini met zoveel liefdevolle en goede zorg omringden. Jullie zitten in mijn hart. Voor nu & altijd. 
Bedankt!

Over abubakaridevries

Misantropisch regenwoudbewoner
Dit bericht werd geplaatst in Abubakari de Vries vertelt & fantaseert & schrijft en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.