Abu leest: Flannery O’ Connor – DE GEWELDENAARS (1960)

In de lovende woorden over “Al die tijd de Duivel” van Donald Ray Pollock las ik over Flannery o’Connor.

De Amerikaanse schrijfster (1925-1964) is bekend (of berucht) als iemand die als geen ander de zielenroerselen van religieuze fanaten in het zuiden van de Verenigde Staten kan uitbeelden.

 Ik had nog nooit van haar gehoord, maar die omschrijving wekte mijn nieuwsgierigheid. Ik ging op internet op zoek naar meer informatie.
Veel boeken heeft ze in haar korte leven niet geschreven (twee romans en een bundel met korte verhalen). Ik vond bij Bol.com een tweedehands exemplaar met vier korte verhalen en bij de biep hadden ze “de Geweldenaars”, een in 2010 verschenen heruitgave in een serie getiteld “christelijke klassieken”.

flanHet boek gaat over Tarwater, een 13 jarige jongen die geboren is tijdens het auto ongeluk waarbij zijn grootouders en zijn moeder de dood vonden. Hij wordt opgevoed door zijn oudoom, een oude man met een religieuze obsessie. De jongen valt ten prooi aan een ziekelijke indoctrinatie. De geloofsfanaat en de jongen leven volstrekt geïsoleerd, de jongen gaat ook niet naar school. De oude man komt al snel te overlijden.

Een andere hoofdpersoon is ‘de leraar’. Een oomzegger van de geloofsfanaat/oudoom. Een atheïst die ooit korte tijd bij zijn oudoom heeft gewoond en hem later een tijdje in huis genomen heeft. En die tijd heeft zijn sporen nagelaten. De leraar is de oom van de jongen, Tarwater. Hij heeft ook nog een zoon, een geestelijk gehandicapt kind die hij als een blok aan zijn been beschouwt en die hij ooit heeft proberen te verdrinken.
 
Als zijn oudoom dood is gaat Tarwater naar die oom. Die wil Tarwater genezen van zijn bij zijn gefreakte oudoom opgelopen trauma. Er volgt een confrontatie, de onbuigzame zwijgzame Tarwater versus de oom die zegt en denkt te weten wat goed is voor Tarwater. Die wil echter maar één ding, vrijheid. Niet de doctrine van zijn oudoom, maar ook niet de visie van zijn oom.

Het eerste deel van het boek vond ik het best. Het beschrijft de tijd die Tarwater bij zijn oudoom doorbrengt. Daarna gebeurt er te lang niet heel veel meer behalve de ontwikkeling tussen oom en Tarwater. Het is een vrij dun boek (183 paginas), precies dik genoeg om het interessant te houden. Om verlangend uit te kijken naar de apotheose. Die helaas niet zo speciaal of bijzonder was als ik gehoopt had. Desalniettemin toch wel een aardig en bizar verhaal.
Ik had me er echter wat meer van voorgesteld gezien de grote faam die haar postuum ten deel valt op het wereldwijde web.

Later maar eens kijken of de korte verhalen de hoge verwachtingen en de faam meer waar maken. De flaptekst belooft veel goeds:
“De botsing tussen onmogelijke kinderen en onmogelijke ouders, tussen treurige mislukking en zelfgenoegzaam succes, leiden in haar bitter-humoristische verhalen tot moord en gekte”.
Moord en gekte! Leuk! Zin in.

U hoort het nog wel…

Inmiddels twee korte verhalen verder… Ik vrees dat het hem niet gaat worden tussen Flannery & Abubakari. Karikaturale bordkartonnen personages en slappe verhaaltjes.
De Atheïst is een dommige goedzak, de verdorven delinquent de held, want die gelooft in de heere. Tiswa.

Advertenties

Over abubakaridevries

Misantropisch regenwoudbewoner
Dit bericht werd geplaatst in Boeken en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s