Weird scenes in the Abubakari Universe

De dikke godverdommeling kwam schommelend en schuimbekkend aan zetten. Hij droeg een paarse zijden kamerjas met gele draden versiering, een blouse die openstond en een bos met sausvlekken beklit borsthaar onthulde, een gele pyamabroek, sloffen met jubelende punten en had een zwarte hoge hoed op waaronder vandaan een bos geel grijzig lang haar omlaag plunkte. “Hadden jullie niet even kunnen wachten tot ik er ook was” sprak hij met consumptie, terwijl hij de voorste van het stel een draai om de oren gaf en daarna een schop onder zijn achterste verkocht. “Heb ik maanden geleden een kaart gekocht voor dit slapjanussen met chocopasta om hun bleke toet spektakel voor de somma van maar liefst 50 oudhollandsche euro’s, begint het al voor ik er ben”.

Daar stond zijn zoon, een drieenvijftig jarige hoerenloper wiens gezicht door vele geslachtziektes getekend was. Zijn ogen, een ongezonde kleur blauw vermengd met bloeddoorlopen adertjes, stonden niet blij. Om zijn mond zaten rode spikkeltjes alsof hij aangevallen was door een zwerm boze vogeltjes die met hun snaveltjes rondom zijn mond hadden gepikt. In werkelijkheid was het het restant van een bloedrode suikerspin die hij op zijn weg naar theater Koud & Kaal had gekocht en naar binnen had geschrokt. Bij de marktkraam waar hij de suikerspin kocht had men ook geaborteerde mensjes ter grootte van een flinke sinaasappel waar ze handen en voeten aan hadden genaaid. Als je zo’n ‘ding’ opat ging je ‘freaken’. Je zag dan dingen die voor anderen onzichtbaar bleven, zo beloofde de marktkoopman. Die suikerspin was ook raar spul. Eigenlijk verboden omdat je er vreselijk agressief van werd en de suikerspineter in een toestand van totale gewetenloosheid vaak tot gruwelijke daden in staat raakte. Maar je kreeg er een bepaalde uitstraling door waardoor je onweerstaanbaar werd voor elke vrouw. En je kunt door dat spul een olifant ondersteboven ejaculeren, het zorgt voor een orgastische pret die nergens door te evenaren valt.
De hoerenloper stond er bij en keek er naar. Zakte in elkaar en was al dood voor hij de grond raakte. Uit zijn mond kropen kleine rode doorzichtige vliegjes die een raar piepend en zoemend geluid maakten.

De marktkoopman fietste fluitend door de straten. Hij had de mooiste actrice van het land bezocht nadat hij rode suikerspin gegeten had. Hij had haar bezwangerd, niet omdat hij haar lief had of omdat ze zo mooi was, maar puur omdat hij haar niet mocht. De marktkoopman werd niet agressief door suikerspin, hij werd er slechts onweerstaanbaar van. Dat kwam doordat hij de suikerspin zelf altijd eerst van het heftigste ingrediënt, satanistenhaver geheten, ontdeed. De zware euforie bleef, de kracht-ejaculatie ook. De marktkoopman verheugde zich over het bezwangerde filmsterretje. Over exact duizend dagen zou haar bolle buik openbarsten en zou er een gelig wezentje uit te voorschijn komen met over zijn hele lichaam haar als suikerspin. Het wezentje zou er uit zien als een jongetje van 3 jaar oud, scherpe puntige tandjes hebben en ogen als van een boos stripfiguur.
Maar wat de marktkoopman niet wist was dat de actrice geen actrice was maar zijn op wraak beluste vijand. En dat niet zij bezwangerd was maar hij. En dat in hem een sinaasappel geplant was. Een sinaasappel met handjes en voetjes die zich volvrat met de ingewanden van de marktkoopman, die zijn dorst leste met het bloed van de marktkoopman. Zich een weg vrat naar de hersens van de marktkoopman, die als laatste opvrat en daarmee het lichaam over kon nemen en kon gebruiken als stoffelijk omhulsel.

“Jezus Christus, je lijkt wel een Oempa Loempa, zo oranje ben je. Wat heb jij uitgevreten?”
De marktkoopman zag er altijd uit als om door een ringetje te halen met zijn pikzwarte achterover gekamde haar en strak in’t pak. Maar nu zag hij er raar uit. Zijn zwarte haar stond piekerig op zijn hoofd, zijn huid was oranje en hij leek op een kruising tussen een Oempa Loempa en Ernie uit Sesamstraat. Hij had last van sinaasappelhuid en als hij sprak liep er sinaasappelsap uit zijn mond. Toen de marktkoopman (of wat daar van over was) zijn mond opende kwam er een stukje snavel naar buiten steken. Een snavel met daarin een rood-geel-groen-blauw-paars-oranje gestreepte dikke worm.
De man die tegenover hem stond greep de snavel en de worm en trok in één ruk alles uit het lichaam van de marktkoopman vandaan. Oranje ingewanden pletsten op de stoep, een afgrijselijk krijsend wezen kwam er achteraan en de man die tegenover hem stond gooide de smurrie en het wezen op de grond en stampte het kapot.
De man die tegenover hem stond was de marktkoopman die het naderend onheil -een sinaasappel met handjes en voetjes die zich volvrat met de ingewanden van de marktkoopman en langzaam zijn lichaam overnam- ontvlucht was en door zijn eigen poriën zijn lichaam uit gekropen was. Hij was in een man die tegenover hem stond gekropen en had zijn kans afgewacht. Sinaasappel parasieten hebben hun zwakke momenten ook, eens per maand kun je ze zo uitpersen en dat was wat de marktkoopman gedaan had om zijn eigen lichaam terug te krijgen.
“In deze wereld ben ík God”, sprak de marktkoopman kalm en vloeide soepel terug zijn lichaam in, kamde zijn pikzarte haar achterover en trok een schoon strak pak aan. 

Advertenties

Over abubakaridevries

Misantropisch regenwoudbewoner
Dit bericht werd geplaatst in Abubakari de Vries vertelt & fantaseert & schrijft. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s